2.4.4.2 Balanceren

Verschillende disciplines, en ook Wetenschap & Praktijk, hanteren soms niet alleen andere waarden, maar ook waarden die elkaar bijten. Dat vraagt om balans!
 
Hoe doen we dat? 
  1. We voorkomen verabsolutering van een van beide, dat leidt immers tot perversie
  2. We stellen ons de vraag: “Vanwaar die hang naar verabsolutering?” Disciplines, verzamelpunt voor practici, bestaan om dingen te ‘bestrijden’, zoals ziekte, onrecht etc. Practici zijn krijgers die vechten voor een wezenlijk deel van de kwaliteit van het bestaan. Wat men al strijdend, ambivalent, emotioneel en met weinig oog voor nuance, uit het oog verliest, is dat die kwaliteit van het bestaan geen eenduidig begrip is. Het is een vat vol tegenstijdigheden dat een positieve uitkomst kent bij gratie van balanceren. Go(e)d zit in de details. Het verabsoluteren van waarden leidt tot paternalisme, de zucht om uit te maken wat goed is voor anderen
  3. We beseffen dat als paternalisme inherent is aan practici, dat het dan aan de wetenschap(pers) is om tegenwicht te bieden. Ook als het gaat om de nieuwe heilige graal Gezondheid, en zeker als compliance meer en meer dreigt te worden afgedwongen.Teneinde de maatschappij van een redelijke grondslag te voorzien, is het aan de wetenschap om de neiging van practici tot bevoogding te ontkrachten
  4. We realiseren ons dat dit weliswaar een redelijk, maar zeker geen neutraal standpunt is en in die zin een vorm van 'de pot verwijt de ketel'. Naast het besef van waarden-pluralisatie, het leven is niet eenduidig, is een optie om practici te houden aan het adagium ‘Schoenmaker blijf bij je leest’. Artsen moeten ziekte bestrijden, maar zich ver houden van het bevorderen van gezondheid! Adviseurs moeten organisatieproblemen verhelpen. Wie tracht problemen met regelgeving te voorkomen, krijgt wat men vreest door te interfereren met processen als autopoiese (zelforganisatie) en feedback 
  5. We maken onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid; waar practici positieve vrijheid proclameren, de klant is koning, is vanuit het balansdenken voor de wetenschap momenteel negatieve vrijheid het devies. Vrijwaar de koning van onmogelijke keuzes
  6. We beseffen dat er maar een instantie is die W&P uiteindelijk in balans kan houden: degene om wie het gaat, degene voor wie de bemoeigoederen worden geproduceerd (patiënt, cliënt, het individu). Het individu moet steeds de vraag (kunnen)  stellen: “Ja, maar is dat wat gemiddeld goed is, ook goed voor mij, in mijn particuliere situatie, met mijn motieven etc.  
  7. We weten dat deze negatieve vrijheid niet impliceert dat mensen elkaar maar aan hun lot moeten overlaten. Integendeel, bij nood biedt men hulp, bij voorkeur door zelfverzekerde practici en gericht op het zo snel mogelijk herstellen van diezelfde negatieve vrijheid. Maar daarbuiten moeten mensen worden gevrijwaard van bemoeienis en zelf de regie voeren. Binnen die opvatting blijft  alles wat wetenschap produceert aan bemoeigoederen slechts hulpmiddel en scientist-practitioners slechts regie-assistenten! 
 
Harry van de Wiel, dd. 14 aug. 2012 n.a.v. Willem Hofstee in De Psycholoog