2.2.7 Integriteit

Integriteit is, als basis voor vertrouwen, het zich rechtschapen, eerlijk en onkreukbaar gedragen, overeenkomstig algemeen geldende sociale en professionele normen.

Hoe doe ik dat?

  1. U maakt werk van integriteit
  2. U bent zich doorlopend bewust van de relatie tussen integriteit en vertrouwen
  3. U staat voor wat u zegt, u komt beloften en afspraken na
  4. U beschermt toevertrouwde persoonlijke informatie 
  5. U geeft geen andere voorstelling van de werkelijkheid dan zoals men die objectief waarneemt
  6. U rapporteert resultaten van gevoerd onderzoek correct en objectief
  7. U maakt geen misbruik van macht, voorkennis of van de zwakkere positie van anderen
  8. U vermijdt elk opzettelijk misleidend en manipulerend gedrag dat slechts eigen voordeel dient
  9. U eigent zich geen resultaten toe die door anderen zijn behaald
  10. U geeft oprechte informatie over bestaande en mogelijk komende risico's
  11. U gedraagt zich in elk contact met anderen overeenkomstig geldende maatschappelijke normen
  12. U handelt consequent volgens de beroepscode handelen, u wijst afwijkingen daarvan af
  13. U houdt zich aan de regels van de beroepsvereniging, de belangenorganisatie, de instelling of het bedrijf, kortom van het kader waarbinnen de professionele arbeid wordt verricht.