2.1.1.3 Fasering

Professionals ontwikkelen zich een levenlang. Het is daarom handig dit oneindige tijdsbestek te faseren.

Hoe doe ik dat?

  1. U oriënteert eerst op het totale vakgebied
  2. U verdiept zich in een deel van dat terrein, u gedraagt zich als een gespecialiseerde generalist
  3. U zet uw specialisatie voort en richt zich daarbij op een steeds smaller kennisgebied. U vertoont daarmee ook steeds meer kenmerken van de Routine-prof (zie 2.1.1.1.1)
  4. U voorkomt diepgang te verliezen ten gevolge van achterhaalde kennis en het varen op routine. U ziet overal toepassingsmogelijkheden van datgene waar u goed in bent (‘pigeon holing’) en gaat dat ook verdedigen als dé oplossing. Als dat doorschiet, ontstaat ‘skilled incompetence’, iets verkeerds heel goed doen
  5. U verlegt het accent op improvisatie. Als I-prof blijft u zich steeds de nieuwste informatie eigen maken en te combineren met eigen ervaring, vaardigheden en prof. houding (zie 2.1.1.1.2)
  6. U kunt ook gaandeweg kiezen voor een T-ontwikkeling: enerzijds de diepte in als specialist maar tegelijk ook in de breedte blijven ontwikkelen als generalist (zie 2.1.1.1.4)
  7. U ontwikkelt zich tot een homo universalis; u onderhoudt diverse specialistische gebieden naast elkaar zodat u niet alleen kunt overstappen, maar ook gebruik maakt van de synergie van diversiteit en wordt kennisproducent (zie ELO-Denkhulp: De kenniskunstenaar).