6.1 Voorwoord

Dit handboek behandelt verstandig en zakelijk communiceren over werk. En aangezien communiceren over werk altijd ook een beetje sturen is, gaat dit boek ook over onderling elkaar aansturen. Dat doen mensen onder het werk voortdurend. Dan zeggen ze met of zonder omwegen, rechtstreeks of via anderen, allerlei kritische dingen over elkaars werk. Dat ligt altijd gevoelig. In sommige vakgebieden gebeurt het voortdurend, maar is het tegelijk officieel "not done", althans tussen vakgenoten. Dat merkwaardige gedrag is een illustratie van het probleem.

Het boek werd geschreven vanuit enkele persoonlijke behoeften van de beide auteurs. De een was in de afgelopen veertig jaar achtereenvolgens beroepenkundige, personeelchef, manager en beleidsontwikkelaar. De ander is nog steeds psycholoog, hoogleraar, therapeut, publicist van boeken over medische communicatie, etc. en nu ook nog manager.

Beide auteurs hebben vanuit hun verschillende posities ervaren dat helder communiceren over het dagelijkse werk noodzakelijk is maar door allerlei onpraktische gevoeligheden moeilijker gemaakt wordt dan nodig. Beiden vonden dat het ook wel anders moest kunnen. Toen ze elkaar troffen besloten ze om daar samen wat aan te gaan doen. Voor alle zekerheid werd ook bij ongeveer veertig hard werkende mensen in allerlei organisaties en in allerlei beroepen getoetst of dat ook praktisch mogelijk en wenselijk was.  Na bijna twee jaar schetsen, schiften, schuiven en schaven is het resultaat dit boek.

Wie zich op weg begeeft in de wereld van arbeid en organisatie, komt onderweg veel zichtbare en onzichtbare grenzen tegen. Achter zware slagbomen en hekken treft men onderweg namelijk allerlei vakdomeinen aan met grote verschillen in taal en cultuur. Het zal niemand verbazen dat de spraakverwarring die daarvan het gevolg is, vaak aanleiding is voor tegenstellingen en conflicten. Dit boek beoogt daar wat aan te doen. Hier gaan we nuchter praten over zichtbare resultaten en zichtbaar gedrag, uitmondend in competenties die nodig zijn om het werk goed te doen. Dat werk doen mensen soms geïsoleerd op een eigen werkplek, maar zelfs dan samen met of tenminste gericht op anderen. Wat die samenwerking betreft: deels gaat het om symmetrische relaties, zeg maar tussen collega's onderling. Deels gaat het om asymmetrische relaties, zoals bijvoorbeeld tussen leidinggevende en medewerker of tussen professional en cliënt. 

Behalve met anderen hebben alle werkende mensen vooral te maken met zichzelf. Dat betekent dat er naast de meest simpele communicatie over de sport en het weer, in communicatie op het werk altijd aspecten als autonomie en andere individuele competenties aan de orde zijn. Met deze ingrediënten als uitgangspunt kan een groot aantal verschillende situaties worden gecreëerd, die de dagelijkse gang van zaken in organisaties weerspiegelen. In het eerste deel van dit boek vindt u een beschrijving van die gang van zaken in neutrale termen. Met neutraal bedoelen we hier: ontdaan van een specifiek vakgerichte invalshoek, zoals de bril van de organisatiedeskundige, de bril van de psycholoog etc. Meer specifieke, van uit het vak ingekleurde visies komen expliciet aan de orde in deel 2 van dit boek. Daarin vindt u namelijk een aantal schetsen van diezelfde gang van zaken, maar dan beschreven vanuit enkele specifieke invalshoeken en geschreven in bijbehorend jargon. Samen vormen deel 1 en 2 een soort 'wat en hoe zeg ik het' van de werkvloer. In principe kan iedereen met dit materiaal over het werk en alles wat daarbij hoort, neutraal en helder communiceren over wat er passeert en zou moeten passeren. Kortom, het is een soort werkplek Esperanto. Teneinde de universele taal ook praktisch handen en voeten te geven, zijn in deel 3 een aantal (voorbeelden van) hulpmiddelen opgenomen.


Er was eens... Om de toch altijd wat droge en technische materie wat lichter verteerbaar te maken, wordt telkens in  prologen een casus beschreven die als een rode draad door het alle delen van dit boek loopt. Er is gekozen voor simpele, voor iedereen herkenbare situaties, die de kapstokken vormen voor een aantal veel voorkomende problemen en hun oplossingen. Het gekozen conflict speelt zich af binnen een fictieve organisatie en ontwikkelt zich van een verschil van mening tussen deskundigen tot de gebruikelijke machtstrijdjes van iedereen tegen allen.

Hoewel het boek over management gaat, is het niet speciaal geschreven voor managers. Althans, niet voor mensen die al gepokt en gemazeld zijn in de managementdiscipline. Het is vooral bedoeld voor professionals met een andersoortige achtergrond, die in het management 'verzeild zijn geraakt'. Men kan daarbij denken aan juristen, ingenieurs, artsen etc. Kortom, mensen die, na zich eerst in hun eigen basisdiscipline verdienstelijk te hebben bekwaamd, met de beste bedoelingen dreigen terecht te komen, of terechtgekomen zijn, in een leidinggevende of bestuurlijke positie.

Met dit boek willen we de lezers een aantal praktische hulpmiddelen verschaffen waarmee die in de wondere wereld die organisatie heet, wat makkelijker zich een weg kunnen banen. In die zin is dit boek een soort mini reisgids, waarin u naast praktische zinnetjes in de regionale vaktaal, ook handige wetenswaardigheden en tips kunt vinden. Verder is het een spiegel, waarin u de schreden van elke manager op het managerspad kritisch zou kunnen beschouwen. Dus eventueel ook die van uzelf. Het boek bevat daartoe een groot aantal voorbeelden, oefeningen en opdrachten.

 

Opbouw

Sturen is een lastig vak dat in de praktijk moet worden geleerd, bij voorkeur met vallen en opstaan. Iedere situatie is altijd anders en van je fouten leer je het meest. De opbouw van het boek is dan ook op dit principe geënt. Het bestaat uit drie delen, die we zouden kunnen vergelijken met de drie meest wezenlijke materialen die je nodig hebt om een huis te bouwen: bouwstenen, specie en bouwplannen. In het eerste deel staan de bouwstenen centraal die in iedere sturende activiteit terugkeren: communicatie, uzelf en de ander. In het tweede deel staat de taal als bindmiddel centraal. Net als specie voegen we met taal de bouwstenen aaneen tot het gewenste eindresultaat. We gaan daarbij in op enkele van de meest voorkomende talen, zoals: managementjargon, de taal van de psycholoog en de taal van de socioloog. In het derde en laatste deel vindt u een drietal voorbeelden van wat men, uitgaande van verschillende bouwplannen, met de eerder beschreven bouwstenen en specie allemaal voor moois kan maken. Met dit ruwe materiaal kunt u zelf de belangrijkste structuren neerzetten. Maar vervolgens kunt u ook nog aandacht besteden aan afwerking. Ieder hoofdstuk is daarom opgebouwd uit een aantal paragrafen, waarin de meer verfijnde, vaak achterliggende gedragsaspecten worden behandeld. Gezien de filosofie van vallen en opstaan, kent iedere paragraaf een vaste opzet, beginnend met een proloog, waarin steeds sprake is van herkenbare casuïstiek waarin de nodige dingen mislopen.

Vervolgens wordt steeds op basis van concreet waarneembare gedragskenmerken naar een oplossing van de problemen toegewerkt. Belangrijke stappen hierbij zijn: praktijkvoorbeelden van het betreffende gedrag, mogelijkheden om vanaf morgen uw eigen gedrag te verbeteren, tips voor situaties waarin anderen het juist op dit gebied laten afweten. Tussendoor vindt u korte toelichtingen, bewust beperkt van omvang gehouden en altijd gericht op concreet waarneembaar gedrag. Ieder hoofdstuk besluit met suggesties voor het volgen van professionele trainingen op het betreffende (deel) gebied. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal 'toetsvragen'.

Veel plezier en goede reis.

PS: O ja, dit boek is ook bedoeld voor professionals die  te veel met lastige managers te maken hebben en voor de cliënten van lastige professionals. Vooral als die machtige lieden u het leven zuur maken, is het zaak 'de tegenstander met diens eigen wapens te lijf te gaan'.  Mogelijk kunt u zo uw baas, (of die vervelende consultant, advocaat of dokter) ook de baas. Wij voelen met u mee.

Succes en vooral onze groeten aan al die bazen!

Harry  en Wim