2.6.3 Redelijk

Redelijke gedachten moeten aan drie voorwaarden voldoen. Ze moeten logisch zijn, gebaseerd zijn op feiten en moeten bovendien argumenten bevatten die ertoe doen, die relevant zijn. Overspannen verwachtingen voldoen daar niet aan als ze toch optreden, is het zaak ze kritisch te analyseren.

Hoe doe ik dat?

  1. U gaat na of aannames kloppen. U stelt zichzelf de vraag: is dat zo? Als u er niet meteen van uitgaat dat gedachten onvermijdelijk waar zijn, blijkt al gauw dat ook gedachten best ter discussie gesteld kunnen worden
  2. U stelt zichzelf de vraag: “Wat kan ik verwachten in een dergelijke situatie?” en vervolgens door bij iedere moet‑ of het-is-verschrikkelijk-gedachte de vraag te stellen: “moet dat eigenlijk echt wel?” of “is dat echt zo verschrikkelijk?”, ontdekt u dat veel van wat u als catastrofaal beschrijft, helemaal niet zoveel verschrikkelijk is. Veel vaker zijn dingen alleen maar vervelend of onplezierig en maar zelden is er sprake van een ramp. 
  3. U kunt ook andere vragen stellen zoals: “Van wie moet het zo nodig?” Als er sprake is van een moeten voldoen aan de wensen of verwachtingen van anderen, kunt u de vraag stellen: “Wiens leven is het nu eigenlijk? Leeft u zelf of bent u op aarde om de wesne van anderen te vervullen?”
  4. U kunt uzelf ook leren het antwoord op de vraag te geven namelijk: “Het hoeft niet; het mag of kan misschien, maar het hoeft niet.” Uiteraard is het prettig als de dingen lopen zoals ik dat graag wil. Echter, de wereld is zoals hij is en niet zoals ik graag wil dat hij is. 

    In het volgende fase wordt geexperimenteerd met deze beandering. Ga naar 
    C uit hoofdmenu